Logo Monumentenwacht Overijssel Flevoland

Kelders

Kelders zijn in het algemeen de oudste delen van een huis of een boerderij. Kelders waren moeilijker te slopen en werden na een brand of een verbouwing weer in het nieuwe gebouw ingepast. Wel werd de ingang meestal verlegd. Vandaar dat oude kelders vaak allerlei raadselachtige nissen met trapjes en dichtgemetselde toegangen bezitten.

 

Om ze koel te houden, werden veel kelders overwelfd door een in baksteen gemetseld ton- of kruisgewelf. In Noord-Holland (Edam, Amsterdam) kent men zogenaamde drijvende kelders. Dit zijn in feite losse, waterdichte kelderbakken, die tussen de muren met de grondwaterstand mee omhoog of omlaag bewegen.

 

Veel kelders uit vroeger eeuwen blijken constructief nog opmerkelijk gaaf. De problemen bij kelders hebben voornamelijk te maken met vochtoverlast. De kelder kan lek zijn door scheuren in de vloer of in de wanden. Alleen een nauwkeurig onderzoek door deskundigen kan uitsluitsel even over mogelijkheden om de kelder dicht te maken.

 

Veel kelders uit de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw hebben een kelderdek dat bestaat uit stalen I-balken met daartussen gemetselde troggewelfjes. De ijzeren profielen uit deze tijd zijn erg roestgevoelig.

 

Vocht is vaak een probleem in kelders

 

Oproestende I-balk